Geestelijk dagboek juli Thomas Merton

kruisweg

 

Thomas Merton, Wegen naar het paradijs. Een dagboek van wijsheid en geloof, 2001 (Lannoo/Ten Have)

1 juli
HAGIA SOPHIA

I.Dageraad. Het uur van de Lauden

Alle zichtbare dingen dragen een onzichtbare vruchtbaarheid in zich, een gedempt licht, een zachte naamloosheid, een verborgen heelheid. Deze mysterieuze eenheid en gaafheid is de wijsheid, de moeder van alles, natura naturans. In alle dingen leeft een oneindige tederheid en zuiverheid, een stilte die een bron is van handelen en vreugde. Zij borrelt op uit een woordenloze vriendelijkheid en stroomt naar mij toe uit de onzichtbare wortels van al wat geschapen is. Zij verwelkomt mij liefdevol en groet mij met een onbeschrijfelijke eenvoud. Dit is tegelijk mijn eigen bestaan, mijn eigen natuur en de gave in mij van de gedachte en de werking van de Schepper, sprekend als Hagia Sophia, als mijn zuster, de Wijsheid.

* HAGIA SOPHIA (Gr: ‘Heilige Wijsheid’) is een lang, meditatief prozagedicht over de Heilige Wijsheid, de ‘duistere, vrouwelijke kant van God’. Merton tracht het geheim van Gods aanwezigheid in de wereld te doorgronden, een aanwezigheid waarvoor de mens, die het zo druk heeft met zijn eigen gedachten en activiteiten, meestal blind blijft. In zijn meditatie benadrukt Merton echter het feit dat de wijsheid van God aanwezig is en in haar stilte zelfs ‘roept tot allen die het willen horen’. Merton heeft zich voor zijn gedicht vooral laten inspireren door het boek Spreuken, door de Engelse mystica Julian van Norwich (zie 13 mei}, die Jezus ‘Gods wijsheid’ en ‘onze Moeder’ noemde, en ook door Russisch-orthodoxe theologen als V. Lossky en Soloviev.
Het prozagedicht is geschreven op het ritme van het monastieke urengebed en onderverdeeld io vier secties: ‘Dageraad. Het uur van de Lauden’, ‘De vroege morgen. Het uur van de Primen’, ‘De late morgen. Het uur van de Terts’ en ‘Zonsondergang. Het uur van de Completen. Salve Regina’. Hoewel we de tekst in kortere stukjes hebben opgesplitst (van 1 juli tot I3 jul), hebben we deze oorspronkelijke opdeling telkens vermeld.
* * Lauden: het tweede der canonieke getijden, zo genoemd naar de lofpsalmen, waaruit het grotendeels is samengesteld. In de abdij Gethsemani begon de nachtwake (de Metten, gevolgd door de Lauden) om 3 uur ’s nachts.
*** Natrua naturans: de uit zichzelf werkende natuur, de natuur als scheppende kracht

2 juli
HAGIA SOPHIA
I. Dageraad. Het uur van de Lauden (vervolg)
Ik word gewekt, ik word opnieuw geboren wanneer ik de stem van mijn zuster hoor naar mij gezonden uit de diepten van de goddelijke vruchtbaarheid. Laten we even aannemen dat ik een man ben die in een ziekenhuis ligt te slapen. Ik ben inderdaad die man. Het is 2 juli, het feest van Onze-Lieve-Vrouw Visitatie. Een Feest van Wijsheid.
Om half zes ’s morgens lig ik te dromen in een heel rustige kamer als een zachte stem mij uit mijn droom wekt. Ik ben zoals alle mensen die ontwaken uit alle dromen die ooit werden gedroomd in alle nachten van de wereld. Het is als de ene Christus die wakker wordt in elk afzonderlijk zelf, dat afzonderlijk geïsoleerd en alleen is, in alle landen, waar ook ter wereld. Het is als alle geesten die terugkeren naar het bewustzijn uit de tegenstrijdigheid en de verwarring, om zich te verenigen in liefde. Het is als de eerste ochtend van de wereld (toen Adam voor het eerst uit het niet-zijn ontwaakte bij het horen van de zoete stem van de Wijsheid) en als de Laatste Ochtend van de wereld, wanneer alle fragmenten van Adam, op het woord van de Hagia Sophia, zullen opstaan uit de dood en weten waar zij aan toe zijn.
3 juli
HAGIA SOPHIA
I. Dageraad. Het uur van de Lauden (vervolg)
Zo is het ontwaken van een man, op een ochtend, in het ziekenhuis, bij het horen van de stem van een verpleegster. Het is een ontwaken uit de loomheid en de duisternis, uit de hulpeloosheid: Uit de slaap, terwijl hij op een nieuwe wijze de werkelijkheid aanschouwt en die als vriendelijkheid ervaart Het is als gewekt worden door Eva. Als gewekt worden door de gezegende Maagd. Het is als voortkomen uit het oorspronkelijke mets en verschijnen in het licht, in het paradijs. In de frisse hand van de verpleegster is de aanraking van alle leven, de aanraking van de Geest.
4 juli
HAGIA SOPHIA
I. Dageraad. Het uur van de Lauden (vervolg)
Zo roept de Wijsheid tot allen die willen horen (Sapientia clamitat in plateis)*, ze roept vooral de kleinen, de onwetenden en de hulpelozen. Wie is kleiner, wie is armer dan de hulpeloze die slaapt in zijn bed, zonder bewustzijn en zonder verdediging? Wie is meer vol vertrouwen dan hij die zich elke nacht weer aan de slaap moet toevertrouwen? Wat is de beloning voor zijn trouw? Tederheid treedt hem tegemoet als hij het meest hulpeloos is en wekt hem uit zijn slaap, verfrist hem, begint hem te helen. Liefde leidt hem bij de hand, opent voor hem de deuren van een nieuw leven, van een nieuwe dag.
(Maar hij die zichzelf verdedigde, die voor zichzelf vocht toen hij ziek was, die voor zichzelf plannen maakte, zichzelf bewaakte, alleen zichzelf beminde en de hele nacht bij zijn eigen leven de wacht hield, wordt ten slotte geveld door uit­ putting. Voor hem is er geen nieuwheid. Alles is oud en taai.) Als de hulpeloze fris ontwaakt bij het horen van de stem van de genade, is het alsof het leven, zijn zuster, alsof de Gezegende Maagd zijn eigen vlees, zijn eigen zuster), alsof de natuur, wijs geworden door Gods werk en Gods menswording, over hem waakte en hem met een onuitsprekelijke tederheid uitnodigde om te ontwaken en te leven. Dit is wat het bete­ kent de Hagia Sophia te herkennen.
* Sapientia clamitat in plateis: de wijsheid roept luidkeels, buiten op straat, en zij verheft haar stem op de pleinen (Spr. 1 :20).
5 juli
HAGIA SOPHIA
II. De vroege morgen. Het uur van de Primen *
0 gezegende stilte, die overal spreekt! Wij horen haar niet, de zachte stem, de vriendelijke stem genadevol en vrouwelijk. ‘ Wij horen de genade niet. De buigzame liefde, of de geweldloosheid, of het met vergelden horen wij niet. In haar zijn geen redenen en geen antwoorden. Toch is zij de openhartigheid van Gods licht, de uitdrukking van Zijn eenvoud. Wij horen niet de nimmer klagende vergiffenis die het onschuldige gelaat van de bloemen naar de bedauwde aarde doet buigen. Wij zien het Kind niet dat gevangen is in alle mensen en dat niets zegt. Zij glimlacht want al hebben ze haar gebonden, zij kan geen gevangene zijn. Niet dat zij sterk is, of slim: zij weet niet wat gevangenschap is.
* Primen: het eerste van de zogenaamde ‘kleine uren’ in het breviergebed volgens Van Dale. In Gethsemani werd het om 5.30 uur ’s morgens gebeden.

6 juli
HAGIA SOPHIA
II. De vroege morgen. Het uur van dePrimen (vervolg)
De hulpeloze, overgelaten aan de zoete slaap, hem zal de zachtaardige wekken: Sophia. Al wat zoet is in haar tederheid zal hem toespreken, van alle kanten en in alles, zonder ophouden, en hij zal nooit meer dezelfde zijn. Hij zal ontwaakt zijn, niet voor de verovering en het duister genot, naar voor de smetteloze zuivere eenvoud van één bewustzijn in alles en door alles: één Wijsheid, één Kind, één Betekenis, één Zuster.
De sterren verheugen zich, elk vanaf zijn eigen plaats, over het opgaan van de Zon. De hemellichten verheugen zich in die ene 1nan die er ’s morgens op uit trekt om een nieuwe wereld te maken, omdat hij vanuit de verwarde, oerduistere nacht tot bewustzijn kwam. Hij heeft de klare stilte van Sophia in zijn eigen hart gezegd. Hij is eeuwig geworden.
7 juli
HAGIA SOPHIA
III. de late morgen. Het uur van de Terts*

De Zon brandt aan de hemel als het gelaat van God, maar wij weten dat Zijn gelaatsuitdrukking niet wreed is. Het licht van de Zon wordt verspreid in de lucht en het licht van God wordt verspreid door Hagia Sophia.
De Verblindende in de zwarte duisternis zien wij niet. Hij spreekt ons zacht toe in tienduizenden dingen, waarin Zijn licht één volheid en één Wijsheid is. Zo schijnt Hij niet op hen maar vanuit hen. Zo is de liefdevolle vriendelijkheid van de wijsheid.
Alle volmaakte vormen van de geschapen dingen zijn ook in God: en daarom is Hij tegelijk Vader en Moeder. Als Vader is Hij eenzaam machtig, door duisternis omringd. Als Moeder wordt Zijn schittering verspreid. Zijn glans omhelst al zijn schepselen met genadevolle tederheid en licht. De verspreide schittering van God is Hagia Sophia. Wij noemen haar Zijn ‘heerlijkheid’. In Sophia wordt Zijn macht enkel ervaren als genade en als liefde.
(Toen de reclusen van het veertiende-eeuwse Engeland hun kerkklokken hoorden en naar buiten keken over de kale heu vels en moerassen onder de vriendelijke lucht, spraken zij in hun hart tot ‘Jezus, onze Moeder’. Het was Sophia die in hun kinderlijk hart was ontwaakt.)
* Terts: het tweede van de vier kleine uren van het brevier­ gebed. Oorspronkelijk op het derde uur van de dag gebeden, volgens Van Dale. In Gethsemani werd het om 7·45 uur ’s morgens gebeden.
8 juli
HAGIA SOPHIA
III. De late morgen. Het uur van de Terts (vervolg)
Misschien is Sophia, in een zeer primitief opzicht, de onbekende, de duistere, de naamloze Ousia. Misschien is zij zelfs de goddelijke natuur, één in Vader, Zoon en Heilige Geest. En misschien is zij onopvallend in het eindeloze licht en wacht zij er zelfs niet op als licht gekend te worden. Dat weet ik niet. Uit de stilte wordt het licht gesproken. Wij horen of zien het niet tot het gesproken wordt.
In het naamloze begin, zonder begin, was het licht. Wij hebben dit begin niet gezien. Ik weet niet waar zij is, in dit begin. Ik spreek niet van haar als een begin, maar als een verschijning, een openbaring.
Nu komt de Wijsheid van God, Sophia, naar voren, ‘machtig reikend van einde tot einde’. Zij wil ook het ongeziene draaipunt zijn van de hele natuur, het middelpunt en de betekenis van al het licht dat in alles en voor alles is. Dat wat het armste en nederigste is, dat wat het meest verborgen is in alle dingen is niettemin het opvallendst, het duidelijkst aanwezig in hen, want het is hun eigen zelf dat voor ons staat, naakt en onbezorgd.
* Ousia: aard, wezen, werkelijkheid (Bartelink, GrieksNederlands woordenboek, uitgegeven door Het Spectrum).
9 juli
HAGIA SOPHIA
III. De late morgen. Het uur van de Terts (vervolg) Sophia, het vrouwelijke kind, speelt in de wereld, opvallend en ongezien, speelt altijd voor het aanschijn van de Schepper. Zij vindt haar vreugde bij de kinderen van de mensen, zij is hun zuster. De kern van het leven die in alle dingen bestaat, is tederheid, genade, maagdelijkheid, het licht, het leven beschouwd als passief, als ontvangen, als gegeven, als genomen, als onuitputtelijk hernieuwd door de gave van God. Sophia is gave, is geest, Donurn Dei. Zij is door God gegeven en zij is God zelf als gave. God als alles, en God herleid tot niets: onuitputtelijk niets-zijn. Exinanivit semetipsum. Nederigheid als bron van nooit ontbrekend licht. Hagia Sophia in alle dingen is het goddelijke leven, weerspiegeld in hen, als een spontane deelname, als hun uitnodiging op het bruiloftsfeest. Sophia is Gods delen van Zichzelf met alle schepselen. Zijn uitstromen, en de liefde waarmee Hij wordt gegeven en gekend, omhelsd en bemind.
* Zij vindt haar vreugde bij de kinderen van de mensen (Spr. 8:31).
* Exinanivit semetipsum: ‘Hij/zij heeft zichzelf leeggemaakt.’
10 juli
HAGIA SOPHIA
III. De late morgen. Het uur van de Terts (vervolg)
Zij is in alle dingen zoals de lucht die het zonlicht ontvangt. In haar bloeien zij. In haar verheerlijken zij God. In haar verheugen zij zich Hem te weerspiegelen. In haar zijn zij verenigd met Hem. Zij is de eenheid tussen hen. Zij is de liefde die hen verenigt. Zij is het leven als communio, het leven als dankzegging, het leven als lofprijzing, het leven als feest, het leven als heerlijkheid.
Omdat haar ontvangen volmaakt is, is er in haar geen smet. Zij is liefde zonder smet en dankbaarheid zonder zelfingenomenheid. Alle dingen loven haar door zichzelf te zijn en door te delen in het bruiloftsfeest. Zij is de bruid en het feest en de bruiloft.
11 juli
HAGIA SOPHIA
III. De late morgen. Het uur van de Terts (vervolg)
Het vrouwelijke principe in de wereld is de onuitputtelijke bron van de scheppende verwezenlijkingen van de heerlijkheid van de Vader. Het is Zijn openbaring in stralende schittering! Maar het blijft ongezien, door slechts enkelen in een glimp opgevangen. Soms is er helemaal niemand die het kent. Sophia is Gods genade in ons. Zij is de tederheid waarmee de oneindig mysterieuze kracht van de vergeving de duisternis van onze zonden omkeert naar het licht van de genade. Zij is de onuitputtelijke bron van vriendelijkheid, het lijkt wel of zij, in zichzelf, helemaal genade is. Zo verricht zij in ons een groter werk dan dat van de Schepping: het werk van het nieuw zijn in de genade, het werk van de vergiffenis, het werk van de omvorming van stralend licht naar stralend licht, tamquam a Domini Spiritu *. Zij is in ons het meegaande en tedere tegendeel van de macht, de gerechtigheid en het scheppende dynamisme van de Vader.
* Tamquam a Domini Spiritu: ‘Als het ware vanuit/ door de Geest van de Heer.’
12 juli
HAGIA SOPHIA
IV. Zonsondergang. Het uur van de Completen. Salve Regina •
Welnu, de Gezegende Maagd Maria is het enige geschapen wezen dat in haar leven belichaamt en verkondigt al wat in Sophia is verborgen. Daarom kunnen we zeggen dat zij de per­ soonlijke verschijning van de Sophia is, die voor God veeleer Ousia is dan Persoon.
Natura wordt in Maria zuivere Moeder. In haar is Natura zoals ze was sinds de oorsprong uit haar goddelijke geboorte. In Maria is Natura de alwijze en geopenbaard als een voorzichtige, alles beminnende, zuivere persoon: geen Schepper, geen Verlosser, maar een volmaakt Schepsel, een volmaakt
Verloste, de vrucht van heel Gods grote macht, de volmaakte uitdrukking van wijsheid in genade. Het is zij, het is Maria, Sophia, die in droefheid en vreugde, volledig bewust van wat ze aan het doen is, de tweede persoon, de Logos, kroont met de kroon van Zijn menselijke natuur. Zo opent haar instem1ning de deur van de geschapen natuur, van de tijd, van de geschiedenis, voor het Woord van God.
* Completen: liturgisch avondgebed, laatste der getijden van de dag volgens Van Dale. In alle cisterciënzer monasteria wordt dit officie besloten met de mooie Mariahymne ‘Salve Regina’. In Gethsemani werden de completen gebeden om 6,10 uur ’s avonds.
13 juli
HAGIA SOPHIA
IV. Zonsondergang. Het uur van de Completen. Salve Regina (slot)
God treedt Zijn schepping binnen. Dankzij haar wijze jawoord, haar gehoorzaam begrijpen, de zachte en vruchtbare instemming van de Sophia, treedt God zonder publiciteit binnen in de stad van hebzuchtige mensen. Zij kroont Hem niet met wat glorierijk is, maar wel met wat groter is dan glorie: het enige dat groter is dan glorie is zwakte, nietigheid, armoede. Zij zendt de oneindig Rijke en Machtige uit als een arme en hulpeloze, in Zijn zending van onuitsprekelijke genade, om voor ons te sterven aan het kruis. De schaduwen vallen. De sterren verschijnen. De vogels beginnen te slapen. De nacht omhelst de stille helft van de wereld. Een zwerver, een berooide doolaard met stoffige voeten, vindt zijn weg langs een nieuwe straat. Een thuisloze God verloren in de nacht, zonder papieren, zonder identificatiebewijs, zelfs zonder nummer, een frêle, waardeloze banneling ligt/ troosteloos verlaten, neer onder de zoete sterren van de wereld en vertrouwt zichzelf toe aan de slaap.
14 juli
MIJ ONTBREEKT NIETS
Af en toe herinner ik me met verbazing dat ik me tegelijkertijd leeg en vervuld voel en tevreden omdat ik leeg ben. Mij ontbreekt niets. De Heer leidt mij. Meer ter zake: het gebed dat zich naar God toe worstelt in duisternis, in beproeving droombeelden neerhalend.
15 juli
DE TAAK VAN DE EENZAME
Een eenzame te zijn maar geen individualist: niet slechts begaan met de vervolmaking van zijn eigen leven (wat, zoals Marx inzag, een onwelvoeglijke luxe is, overlopend van illusies). Je eenzaamheid behoort aan de wereld en aan God. Zijn dit slechts woorden?
De eenzaamheid heeft haar eigen speciale taak: een verdieping van het bewustzijn waaraan de wereld behoefte heeft. Een strijd tegen de vervreemding. De echte eenzaamheid is zich diep bewust van de behoeften van de wereld. Zij houdt de wereld niet op afstand.
16 juli
DEZE WERELD IS DE PLAATS WAAR DE LIEFDE OVERWINT
(Het probleem van de secularisatie van de geschiedenis). Confronteert de moderne christen met de algemeen verspreide bekoring van ‘een gnostische aftocht uit de geschiedenis’ of een regressieve eschatologie die de Heer eenvoudigweg smeekt meteen te komen om alles te veroordelen. ‘Alleen de radicale christen’, zegt Altizer (verwijzend naar Blake), ‘kan deze bekoring weerstaan door het geloof dat een totaal gevallen geschiedenis ten slotte een verlossende Epifanie van Christus is. Dit is een fascinerende zin. Maar wat betekent het precies? Niet de Parousia van de Rechter van boven en buiten de geschiedenis maar een immanente, dialectische aanvaarding en omkering van de ‘gevallen geschiedenis’ …
De omkering van de geschiedenis is geen verwerping van de geschiedenis ten voordele van iets wat totaal buiten de geschiedenis staat. De omkering komt van binnen de geschiedenis, in haar vaak verscheurende realiteit, geaccepteerd als de focus van het heil en de Epifanie. De wereld van Auschwitz, Vietnam en de bom moet niet worden vervloekt en verstoten als het privé-domein van de duivel. Juist deze wereld moet worden aanvaard als de plaats van de overwinning van de liefde niet door de veroordeling van het kwaad maar door de vergiffenis ervan. Als we de omvang van het kwaad onderkennen, is dit zeker geen gemakkelijke waarheid!
17 juli
TERUGKEREN NAAR DE VADER
Eén ding vooral is belangrijk: de ‘terugkeer naar de Vader’. De Zoon kwam in de wereld en stierf voor ons, verrees en steeg op naar de Vader. Hij zond ons zijn Geest opdat wij in Hem en met Hem naar de Vader zouden kunnen terugkeren. Opdat wij rein door al het vergankelijke en onbesliste heen zouden gaan: terugkeren naar de Oneindige, de Oorsprong, de Bron, de Ongekende, naar Hem die bemint en weet, naar de Zwijgende, de Barmhartige, de Heilige, naar Hem die het Al is. Iets anders zoeken, zich om iets anders bekommeren is slechts dwaasheid en zwakheid, want dit is de gehele betekenis en het hart van elk bestaan en daarin krijgen alle zorgen van het leven, alle behoeften van de wereld en van de mensen hun ware betekenis: alles wijst naar die ene, grote terugkeer naar de Bron.
18 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING – 1
De heuvels zijn blauw en heet. Diep in de vallei ligt een bruin, stoffig veld. Ik hoor een machine, een vogel, een klok. De wolken zijn hoog en enorm. Het onvermijdelijke straalvliegtuig scheurt erdoorheen, deze keer wellicht vol met passagiers van Miami naar Chicago. Welke passagiers? Daarover hoef ik mij niet uit te spreken. Ze maken geen deel uit van mijn wereld; hoog boven mij zitten ze druk doende in hun kleine, geïsoleerde, willekeurige salon die niet eens schijnt te bewegen en die hen op een onverklaarbare manier in Florida van de grond lichtte, hen nu een tijdje met tijdloze cocktails in de lucht houdt om hen daarna weer neer te laten in Illinois. De zwevende ‘ onderbreking van het moderne leven in een contemplatie die je ergens heen voert! Er zijn ook nog andere werelden boven mij. Andere straalvliegtuigen zullen overvliegen, met andere contemplaties en andere modaliteiten van aandacht.
19 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING – 2
Ik heb het SAC-vliegtuig, met de bom aan boord, laag over me heen zien vliegen en toen ik uit de bossen omhoogkeek, zag ik meteen de gesloten opslagruimte van de metalen vogel met het wetenschappelijke ei in zijn borst. Een schoot die zich gemakkelijk en mechanisch opent. Ik denk niet dat deze technologische moeder ooit vriendschap kan sluiten met iets van wat ik geloof. Toch leef ik, zoals iedereen, in de schaduw van deze apocalyptische cherubijn. Hij ziet onpersoonlijk op mij toe. Zijn nummer herkent mijn nummer. Bereiden die nummers zich erop voor eens samen te vallen in de welwillende geest van een computer? Dit gaat me niks aan want ik leef in de bossen om me eraan te herinneren dat ik zo vrij ben geen nummer te zijn. Je kunt immers nog altijd kiezen.
20 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING- 3
Ik besta onder de bomen, ik wandel in de bossen, uit noodzaak. Ik ben tegelijk een gevangene en een ontsnapte gevangene. Ik kan je niet uitleggen waarom mijn reis, die in Frankrijk begon, hier in Kentucky eindigt. Het maakt niets uit. Heb ik een ‘dag’? Breng ik mijn ‘dag’ door op ‘een of andere plek’? Ik weet dat hier bomen zijn. Ik weet dat hier vogels zijn. Ik ken de vogels eigenlijk heel goed want ze leven als herkenbare kop­ pels (telkens twee van vijftien tot twintig verschillende soorten) in de onmiddellijke omgeving van mijn hut. Ik deel deze specifieke plek met hen: we vormen een ecologisch evenwicht. Deze harmonie geeft het idee ‘plek’ een nieuwe inhoud.
Wat de kraaien betreft: die maken deel uit van een ander patroon. Ze zijn vraatzuchtig en eigengereid, als de mensen. Ze zijn niet met zijn tweeën, ze zijn met velen. Ze vechten met elkaar en met de andere vogels. Ze zijn in voortdurende staat van oorlog.
21 juli
DAG VAN EEN VREEMDELING – 4
Dit is geen kluis- het is een huis. (‘Wie was toch die kluis die ik gisteravond bij jou zag?’) Ik draag een doodgewone broek. Mijn voornaamste bezigheid bestaat erin te leven. Mijn gebed is ademhalen. Wie zei daar ‘zen’? Was je mond schoon als je
‘zen’ zei. Als je een meditatie voorbij ziet komen, schiet haar neer. Wie zei daar ‘liefde’? Liefde is iets voor in de film. Het geestelijke leven is iets waar mensen zich zorgen over n1aken wanneer ze het zo druk hebben met andere zaken, dat ze den­ ken dat ze eigenlijk geestelijk zouden moeten zijn. Het geestelijke leven is schuldgevoel. Hier in de bossen kun je het Nieuwe Testament zien; dat wil zeggen: de wind waait door de bomen en je ademt hem in. Heb je het begrepen? Ik nodig niemand uit het te proberen. Ik suggereer niet dat op een goede dag de boodschap komt om ‘nu’ te zeggen. Het zijn mijn zaken niet.
22 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING – 5
Ik sta op om kwart over twee in de ochtend, in het donkerste en stilste van de nacht. Dit is misschien te wijten aan een of andere aandoening. In de primordiale verlorenheid van de nacht vind ik mezelf, de eenzaamheid, het bos, vrede, een wakkere geest in de duisternis, wachtend op wat licht, niet helemaal verzoend met dit vroege ontwaken. Een licht verschijnt, en in het licht een icoon. Er is nu in die uitgestrekte duisternis een kleine, lichtende ruimte met psalmen erin. Stil en moeiteloos als planten groeien de psalmen in dit voor hen onontbeerlijke licht. De planten houden zich recht op hun stelen, die slechts één innerlijke samenhang hebben: mededogen, of liever: het grote mededogen. Magna misericordia. In de vormeloosheid van de nacht en de stilte spreekt een woord zichzelf uit: mededogen. Het is omringd door andere woorden van minder belang: ‘Vernietig ongerechtigheid’, ‘Was mij’ I Zuiver mij ‘Ik ken mijn ongerechtigheid’. Peccavi. Inhoudsloze, onbelangrijke begrippen voor de wereld van handel, oorlog, politiek, cultuur, enzovoort. Begrippen waarvoor ook mensen van de kerk zich vaak weinig interesseren.
23 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING – 6
Andere woorden: Bloed, Bedrog, Boosheid. De weg die niet deugt. De weg van het bloed, het bedrog, de boosheid, de oorlog. Buiten liggen zuidwaarts de heuvels in de duisternis. De weg over de heuvels is bloed, duisternis, bedrog, boosheid, dood: het rassengeweld in Birmingham, Mississippi. Nog dichterbij: de atoomstad (Oak Ridge, Tennessee), vanwaar elke dag een vrachtwagen vertrekt met splijtstof die zorgvuldig wordt opgeslagen naast het goud in de ondergrondse kelder die het hart van deze natie is. ‘Hun mond is als een geopend graf; hun tong wordt door leugens bewogen; hun hart is een gapende afgrond.’ Bloed, leugens, vuur, een geopend graf, een afgrond. Mededogen, het grote mededogen. De vogels ontwaken. Gauw wordt het dag. Over een uur of twee zullen de steden ontwaken en zullen de mensen opnieuw genieten van de brede, lichtende glimlach van productie en handel
24 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING- 7
Monniken zijn, zoals algemeen bekend , ongehuwd en van alle monniken zijn kluizenaars het meest ongehuwd. Niet dat ik iets tegen vrouwen heb. Ik zie geen reden waarom een man niet tegelijkertijd van God en van een vrouw zou kunnen houden. Als God jaloers zou worden op vrouwen, waarom heeft Hij ze dan überhaupt gemaakt? Er wordt veel gepraat over een gehuwde clerus. Interessant. Er werd tot dusver nog niet zoveel gezegd over gehuwde kluizenaars. Hoe dan ook, mijn huis hangt vol iconen van de Heilige Maagd.
Je zou kunnen zeggen dat ik besloten heb met de stilte van het bos te trouwen. De zachte, donkere warmte van de hele wereld zal mijn vrouw moeten zijn. Uit het hart van die duistere warmte komt het geheim dat alleen in de stilte te horen is, maar het is de wortel van alle geheimen die minnaars elkaar toefluisteren in hun bedden, overal ter wereld. Dus ben ik misschien wel verplicht de rust, de stilte, de armoede, het maagdelijke punt van zuiver niet-zijn dat de kern is van elke andere liefde te bewaren. In het holst van de nacht en zonder commentaar tracht ik dit plantje te kweken. Ik begiet het in stilte met psalmen en profetieën. Het wordt de meest zeldzame boom van de tuin, de oorspronkelijke paradijs boom, tegelijk de axis mundi, de kosmische as, en het kruis. Nulla silva talem profert*. Er is maar één zo’n boom. Hij kan niet vermenigvuldigd worden. Dat is niet interessant.
* Uit de Goede· Vrijdaghymne Crux fidelis. Het hele vers luidt: Nulla silva talem profert/Fronde, flore, germine/Dulce liguum … Geen woud beeft ooit voortgebracht / met een bloei van bloem en lover/zulk zalig hout …
25 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING- 8
– Waarom in de bossen wonen?
– Wel, je moet toch ergens wonen.
– Word je nooit eenzaam?
– Soms wel ja.
– Ben je boos op de mensen?
– Nee.
– Ben je boos op het klooster?
– Nee.
– Wat denk je over de toekomst van het monachisme?
– Niets. Daar denk ik niet over na.
– Is het waar dat je slechte rug aan yoga te wijten is?
– Nee.
– Is het waar dat je in het geheim zen beoefent?
– Wablief? Ik spreek geen Engels.

26 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING – 9
Het is voor mij noodzakelijk dat ik het eerste lichtpunt van de dageraad zie. Het is noodzakelijk om geheel alleen aanwezig te zijn bij de verrijzenis van de dag, in de onbeschreven stilte als de zon verschijnt. Op dat volkomen neutrale ogenblik ontvang ik van de oostelijke bossen, de rijzige eiken, het ene woord ‘dag’, dat nooit hetzelfde klinkt. Het wordt nooit gesproken in een mij bekende taal.
27 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING – 10
Rituelen. De koffiekan uitspoelen in de regenton. De aanbouw voorzichtig naderen vanwege de koninklijke slang die daar graag opgerold slaapt op een van de balken … De Koninklijke slang in de aanbouw toespreken en hem zeggen dat hij daar eigenlijk niet hoort te zijn. De formele, rituele vraag stellen, die rond deze tijd, iedere ochtend gesteld moet worden: ‘Ben jij daarbinnen?’
Andere rituelen: spuiten in de slaapkamer (kakkerlakken en muggen). Alle ramen aan de zuidkant sluiten (hitte). De ramen aan de noordkant en de oostkant openen [koelte). De zonneschermen neerlaten. Water halen. Rozenkrans. Uurwerk. Bibliotheekboek terugbrengen. Het is tijd om het menselijke ras te gaan bezoeken.
28 Juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING- 11
Ik vertrek onder de dennenbomen. De vallei is nu al heet. ( … ) De zoete geur van de bossen. De koele westenwind onder de eiken. Op deze plaats op het pad heb ik een giftige koperkop gedood. En daar zag ik eens een vos voorzichtig en sierlijk lopen met een konijn in zijn muil. Een eekhoorn vermaakt zich ergens boven mij in de lucht. Van boom naar boom. De koketterie van het vliegen. Bij het warme bol en de oude schapenstal kom ik in de open vlakte. Daar is de abdij, achter de talloze ramen gonst het van activiteit.
De langwerpige, gele zijkant van het klooster kijkt uit op de zon boven een steile helling met fruitbomen en bijenkorven. Zwetend klauter ik naar het noviciaat, ik zet mijn veldfles op de cementen vloer. De klok luidt. Ik heb taken en verplichtingen, want hier ben ik een monnik. Als ik ze volbracht heb, keer ik terug naar de bossen waar ik niemand ben …
29 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING- 12
In de hitte van de middag keer ik terug met een versgevulde veldfles, door het maïsveld, voorbij de schuur, onder de eiken, over de heuvel, onder de dennenbomen, naar de hete hut. Leeuweriken vliegen zingend op uit het hoge gras. Een hommel zoemt onder de brede schaduwrijke dakrand. Ik zit in het koele achterkamertje, waar de woorden niet langer weerklinken, waar alle betekenissen opgenomen zijn in de consonantia, de harmoniuuze samenzang van hitte, dennengeur, zachte wind, getjilp, en die ene centrale, krachtige noot, die je niet hoort, die je niet prevelt. Er zijn geen verplichtingen meer. In de stilte van de middag is alles ondoorgrondelijk aanwezig in die ene centrale, krachtige noot, waarnaar elk gerucht afdaalt of opstijgt, waarnaar elke betekenis verlangt om waarachtig vervuld te zijn. Vragen wanneer de noot zal weerklinken is de namiddag verliezen: de noot heeft al weerklonken en alle dingen zoemen nu met haar resonantie.

30 juli
DE DAG VAN EEN VREEMDELING – 13
Ik veeg. Ik spreid een deken uit in de zon. Ik maai het gras achter de hut. Ik schrijf in de hitte van de namiddag. Straks zal ik de deken binnenhalen en mijn bed opmaken. De zon zit achter de wolken. De dag loopt ten einde. Misschien komt er regen. In de abdij luidt een klok. Een devote cisterciënzer tractor gromt in de vallei. Nog even en ik zal brood snijden, avondmaal houden, psalmen zeggen. Bij zonsondergang, als de vogels zingen bij het raam en als in de vallei de nacht valt, zal ik in de achterkamer zitten.( … ) De vogels zoeken hun nest op. ‘Ik zit op de koele stromat op de vloer en kijk naar het bed waarin ik nu ga slapen, helemaal alleen onder de icoon van de Geboorte. Ondertussen passeert de metalen cherubijn van de Apocalyps hoog boven mij. Hoog in de wolken koestert hij zijn ei en zijn boodschap.

31 juli
NACHTBLOEIENDE CACTUS
Ik ken mijn tijd, die duister is, stil en kort
Want slechts voor één nacht en onaangekondigd ben ik hier.

Als de zon rijst boven de koperen valleien word ik slang.

Hoewel ik mijn ware zelf slechts in het donker toon
en aan geen mens
(Overdag verschijn ik immers als slang)
Behoor ik noch de nacht toe noch de dag.
Zon en stad zien nimmer mijn diepe witte kelk,
Kennen niet mijn tijdloze moment van leegte:
Mijn mildheid blijft onbeantwoord.

Als ik kom, licht ik mijn plotselinge eucharistie op
Uit de grondeloze vreugde der aarde
Rein en totaal gehoorzaam ik ’s werelds lichaam
Ik ben onontwarbaar en gaaf, geen kunst maar bewerkte passie
Uitgelezen diep behagen van wezenlijke wateren
Heiligheid van vorm en minerale vreugde:

Ik ben de hoogste zuiverheid van maagdelijke dorst.

Ik toen noch verberg mijn waarheid
Alleen door goddelijke gave
Wordt mijn onschuld vaag ontwaard
Als een onverklaarbare witte holte.

Hij die mijn zuiverheid ziet
Durft er niet over te spreken.
Wanneer ik eens en voorgoed mijn smetteloze kelk open
Bevraagt niemand mijn stilte:
De alwetende vogel van de nacht vliegt op uit mijn mond.

Heb je hem gezien? Dan- al is mijn vreugde vlug voorbij-
Leef Je voorgoed in zijn echo:
Nooit zul je nog dezelfde zijn.

Wegen naar het paradijs – T. Merton juni

 

vuur

Thomas Merton, Wegen naar het paradijs. Een dagboek van wijsheid en geloof, 2001 (Lannoo/Ten Have)

1 juni
ZALIG DE ZACHTMOEDIGEN- 3
‘Zalig de zachtmoedigen’ betekent niet: ‘Zalig zijn zij die van nature zijn begiftigd met een rustig temperament, die niet snel uitschieten, die altijd stil en volgzaam zijn, die zich niet spontaan verzetten.’ Nog minder betekent het: ‘Zalig zijn zij die passief en zonder protest de onrechtvaardige verdrukking ondergaan.’ Integendeel: we weten dat de ‘armen van geest’ precies diegenen zijn die de profeten bedoelden, diegenen die in de laatste dagen ‘de nederigen der aarde’ zullen zijn, dat wil zeggen: de verdrukten die hun toevlucht niet kunnen nemen tot menselijke wapens en die niettemin het kwade blijven weerstaan. Zij blijven trouw aan de geboden van de Heer, en horen de stem die hun zegt: ‘Zoek de gerechtigheid, zoek de nederigheid, dan vindt u misschien een schuilplaats op de dag van de toorn van de Heer’ (Sef. 2:3). Zij zoeken de gerechtigheid dus in de kracht van de waarheid en van God, niet door de macht van mensen. Merk ook op dat de christelijke zachtmoedigheid, die essentieel is voor waarachtige geweldloosheid, een eschatologische kwaliteit heeft. Ze onthoudt zich van een aanmatigende stijl en van gewelddadige agressie omdat ze alles ziet in het licht van het grote oordeel.
2 juni
ZALIG DE ZACHTMOEDIGEN- 4
Geweldloosheid moet voor alles gericht zijn op de omvorming van de huidige toestand van de wereld en moet daarom vrij zijn van alle occulte, onbewuste instemming met een onrechtvaardig misbruik van macht. Dit geeft enorme problemen want als geweldloosheid te politiek gekleurd is, wordt zij meegezogen in de machtsstrijd en wordt zij met een of andere part in die strijd geïdentificeerd; als de geweldloosheid daarentegen totaal apolitiek is, loopt zij het gevaar inefficiënt te worden of, in het beste geval, louter symbolisch.
3 juni
ZALIG DE ZACHTMOEDIGEN- 5

De zachtmoedigheid en de nederigheid die Christus loofde in de Bergrede en die de basis vormen van echte christelijke geweldloosheid, zijn onafscheidelijk verbonden met de eschatologische, christelijke hoop. Die hoop staat helemaal open voor de aanwezigheid van God in de wereld en daardoor ook voor de aanwezigheid van onze broer, die altijd gezien wordt, wie hij ook mag zijn, in het licht van het rijk Gods. Wanhoop is niet toelaatbaar voor de zachtmoedigen, de nederigen, de getroffenen, zij die hongeren naar gerechtigheid, de barmhartigen, de zuiveren van hart en de vredestichters. Alle zaligheden
‘hopen tegen alle hoop in’, ‘dragen alles, geloven alles, hopen alles, verdragen alles’ (1 Kor 13:7). De zaligheden zijn gewoon aspecten van de liefde. Ze weigeren aan de wereld te wanhopen en hem aan een verondersteld kwaad lot over te laten, dat hij zichzelf op de hals heeft gehaald. In plaats daarvan neemt de christen, zoals Christus zelf, het juk van de Verlosser op zijn eigen schouders, in zachtmoedigheid en nederigheid van hart.

4 juni

MIJN VIJAND IS EEN WILDEMAN

Veronderstel niet te vlug dat je vijand een wildeman is omdat hij jouw vijand is. Misschien is hij jouw vijand omdat hij denkt dat jij een wildeman bent. Of misschien is hij bang voor je omdat hij voelt dat jij bang bent voor hem. Als hij zou geloven dat jij in staat bent van hem te houden, zou hij misschien niet
langer je vijand zijn.
5 juni
BEMIN JE VIJAND
Als we een persoon willen uitsluiten, als we hem niet meer willen erkennen als persoon, als een ander zelf, nemen we onze toevlucht tot de onpersoonlijke ‘wet’ en tot de abstracte ‘natuur’. Dat wil zeggen dat we ons afsluiten voor de realiteit van de ander, dat we de intercom1nunicatie tussen onze en zijn natuur verbreken, en dat we alleen nog oog hebben voor onze eigen natuur 1net haar rechten, haar eisen, haar behoeften. We rechtvaardigen het kwaad dat we onze broer aandoen omdat hij immers niet langer onze broer is, maar slechts een tegenstander, een beschuldigde. Om de communicatie te herstellen, om opnieuw te kunnen beseffen dat wij één zijn van natuur en om zijn persoonlijke rechten, zijn integriteit en zijn waardigheid om bemind te worden opnieuw te respecteren, moeten wij onszelf zien als evenzeer met hem beschuldigd, met hem ter dood veroordeeld, met hem wegzinkend in de afgrond. We moeten beseffen dat wij een even grote behoefte hebben aan de onuitsprekelijke gave van genade en barmhartigheid om gered te worden. Dan zullen wij, in plaats van hem omlaag te duwen en uit de afgrond te klimmen door zijn hoofd als stapsteen te gebruiken, onszelf helpen om weer op te staan door hem omhoog te helpen. God reikt naar ons beiden, want Hij is het die als eerste onze hand aanreikt aan die van de vijand. God is het die ‘zichzelf redt’ in de vijand, die ons gebruikt om Zijn beeld, dat verloren was, in onze vijand te herstellen.
(fragment uit een brief aan Dorothy Day)

6 juni
EEN GEBED TOT GOD DE VADER OP DE VIGILIE VAN PINKSTEREN
Vandaag, Vader, looft die blauwe hemel U. Het tere groen en de oranje bloesems van de tulpenboom prijzen U. De blauwe heuvels in de verte prijzen U, samen met de zoet geurende lucht die overvloeit van schitterend licht. De kibbelende vliegenpikkers prijzen U met het loeiende vee en de kwartels daarginds. Ik ook, Vader, prijs U, met al mijn broeders hier, ze geven stem aan mijn eigen hart en aanmijn eigen stilte. Wij zijn allen één stilte, en een verscheidenheid van stemmen. U bracht ons samen, U hebt ons één en velen gemaakt. U hebt mij hier te midden van mijn broeders geplaatst als getuige, als bewustzijn en als vreugde. Hier ben ik. In mij is de wereld aanwezig en bent U aanwezig. Ik ben een schakel in de keten van licht en aanwezigheid. U hebt van mij een soort middelpunt gemaakt, maar een middelpunt dat nergens is. En toch ben ik ook ‘hier’, laat ons zeggen dat ik ‘hier’ ben onder deze bomen, en onder geen andere.
7 juni
EEN GEBED TOT GOD DE VADER OP DE VIGILIE VAN PINKSTEREN (vervolg)
Hier vraagt U van mij niets anders dan dat ik tevreden zou zijn dat ik Uw kind en Uw vriend ben. Wat niets anders betekent dan dat ik Uw vriendschap zou aanvaarden zodat het Uw vriendschap en Uw vaderschap is omdat ik Uw zoon ben. Deze vriendschap is zoonschap en is Geest. U hebt mij hierheen geroepen om steeds opnieuw in de Geest geboren te worden als Uw zoon. Steeds opnieuw geboren in het licht, in het weten en niet-weten, in het geloof, in het bewustzijn, in dankbaarheid, in armoede, in het aanwezig zijn en in lofprijzing. Als ik iets te kiezen heb, dan is het dat ik hier mag leven en waarschijnlijk ook sterven. Maar waar het in elk geval op aankomt is niet te leven of te sterven, maar vol vertrouwen Uw naam uit te spreken in dit licht, in deze eenzame, onbezochte plaats: U Vader te noemen juist door hier te zijn als ‘zoon’ in de Geest en in het licht, door U geschonken: geen onaards licht, maar heel eenvoudig deze doodgewone dag in juni met zijn lichtende velden, zijn tulpenbomen, de dennen, de bossen, de wolken en de bloemen overal. Hier te zijn met de stilte van het zoonschap in mijn hart is een middelpunt zijn waarin alle dingen naar U samenkomen. En dat is voorlopig zeker meer dan genoeg.
8 juni
EEN GEBED TOT GOD DE VADER OP DE VIGILIE VAN PINKSTEREN (slot)
Daarom, Vader, smeek ik U mij in deze stilte te bewaren opdat ik daarin het woord van Uw vrede en het woord van Uw barmhartigheid en het woord van Uw goedheid voor de wereld mag vernemen, en dat door mij misschien Uw woord van vrede gehoord mag worden waar niemand het allang meer kan horen. Mocht ik hier Uw waarheid leren en voor die waarheid leren lijden. Het licht zelf en de tevredenheid en de Geest zijn mij genoeg. Amen.
9 juni
GOD GENEEST EN BEVRIJDT MIJ
Door het geloof zuivert Gods Geest het beeld van God in mijn ziel. Hij geneest mij van mijn geestelijke blindheid en opent mijn ogen voor de dingen van God. Hij neemt bezit van mijn wil zodat ik niet langer de gevangene van mijn passies en mijn dwangmatigheden ben, maar in staat ben te handelen met de vruchtbare kalmte van de geestelijke vrijheid. Door mij stap voor stap te leren beminnen, door mij op Christus te doen lijken vervolmaakt Hij de gelijkenis met God in mijn ziel. Want mijn vereniging met Christus is veel1neer dan een nabootsing van Zijn deugden, waarover ik in het evangelie kan lezen: het moet een eenheid zijn die in mij wordt geschapen door de alles omvormende actie van Zijn eigen Geest. En het leven dat de Geest ademt in mijn geest, is Christus zelf, mystiek aanwezig in mijn eigen wezen en mijn eigen persoon.
10 juni
DE ECONOMIE VAN GOD
De oosterse orthodoxen benadrukken sterk wat zij ‘de economie van God’ noemen (‘economie’ is gewoon een wat modieuzer woord voor ‘huishouden’, afgeleid van het Griekse woord voor ‘huis’). Hoe beheert God Zijn huishouden? Dat leren we in de bijbel. Het is geen kwestie van verklaren wie God is, want de bijbel legt niet echt iets uit inzake het mysterie van God zelf. De bijbel legt alleen uit wat God doet, Zijn beloften aan ons; hoe Hij, in feite, Zijn huishouden beheert. Deze economie, dit plan van God, is gebouwd op het feit dat de mens het beeld is van God, en dat God naar de aarde neerdaalt, Zich ontledigt om de mens te redden, en de genezing van de mens is het werk van de Heilige Geest. Dus is de realiteit van het christelijke mysterie precies het werk van de Heilige Geest. De belangrijkste realiteit voor deze tijd, de eschatologische tijd, de eindtijd, is daarom dat alles in handen is van de Heilige Geest.
11 juni
HET TIJDPERK VAN DE GEEST
Dit is het tijdperk van de Heilige Geest- de Heilige Geest gegeven als vrucht van de verrijzenis, als resultaat van de verrijzenis, en de Heilige Geest is hier en vormt ons om, overwint de dood in ons en geeft de onvergankelijkheid en het verrezen leven van de nieuwe schepping – die de verrezen Christus is – door. De Heilige Geest is daarom aan het werk in ons, niet alleen om ons aan het lijden te herinneren en ons eraan te herinneren waar het allemaal begon, maar ook om aan ons de vruchten van het lijden en van de verrijzenis door te geven en in ons het verrezen leven, de overwinning op de dood te verwekken.
12 juni.
ALS MIJN HART ‘JA’ ZEGT TOT IEDEREEN
‘Des hommes comme Saint Seraphim, Saint François d’Assise et bi en d’ au tres, ont accompli dans leur vie l’union des Eglises’*.
Die diepe en eenvoudige bewering van de orthodoxe metropoliet Eulogius is de sleutel tot het oecumenisme voor monniken, en overigens voor iedereen. Als ik geen eenheid in mezelf heb, hoe kan ik dan zelfs maar denken, laat staan spreken over eenheid onder de christenen? Natuurlijk bereik ik ook eenheid in mezelf wanneer ik zoek naar eenheid voor alle christenen. De ketterij van het individualisme: zichzelf zien als een volkomen, zelfgenoegzame eenheid en voor die denkbeeldige eenheid staande blijven tegenover alle anderen. De bevestiging van het ‘ik’ als alleen 1naar ‘niet de andere’. Maar wanneer je tracht je eenheid te bevestigen door te ontkennen dat je ook maar iets met anderen te maken hebt, door iedereen in de wereld te negeren tot je enkel nog bij jezelf uitkomt, wat blijft er dan nog te bevestigen? Zelfs als er iets te bevestigen overbleef, zou de adem je ontbreken om dat nog te doen.
De ware weg is precies de tegenovergestelde: hoe beter ik de anderen kan bevestigen, hoe beter ik in mijn hart ‘ja’ kan zeggen tegen de anderen, door hen in mezelf te ontdekken en mijzelf in hen, hoe reëler ik zal zijn. Ik ben ten volle reëel als mijn hart ‘ja’ zegt tot iedereen.
*Mensen als Sint-Serafim (van Sarov), Sint-Franciscus van Assisi en vele anderen hebben in hun leven de eenheid der Kerken verwezenlijkt.
13 juni
DE TRADITIE VAN WIJSHEID EN GEEST
Wat mezelf betreft, ik ben er steeds meer van overtuigd dat het mijn taak is iets te verhelderen van de traditie die in mij leeft en waarin ik leef: de traditie van wijsheid en geest die je kunt vinden niet alleen in het westerse christendom, maar ook in de orthodoxe kerk, en ook, althans minstens op analoge wijze, in Azië en in de islam. De geestelijke gezondheid van de mens, zijn evenwicht en zijn vrede zijn, naar mijn mening, afhankelijk van het feit of hij in zichzelf het blijvende besef levendig wil houden van wat in het verleden waardevol was. Maar het gaat niet enkel om het individu. Deze zaak is van cruciaal belang voor de Kerk en voor de wereld.
14 juni
RECHT NAAR DE WAARHEID
Ik tracht in mezelf de hele christelijke waarheid en alle christelijke liefde te verenigen, opdat iedere christen, en zelfs ieder die op een authentieke wijze in Christus is zich in mijn leven of ten minste in mijn liefde, geïncarneerd moge weten. We moeten de waarheid liefhebben, waar ze ook gevonden wordt. We moeten recht naar de waarheid gaan, zonder terug te blikken en zonder ons erover te bekommeren welke theologische strekking zij vertegenwoordigt. De Kerk moet waarlijk onze moeder zijn: ze moet de Kerk van de liefde van Christus zijn; ze moet ons ontvangen met een moederlijke liefde, die haar wijsheid met ons deelt. ( … )
Ik hou van alles wat u me vertelde over uw kleine gemeenschap. Ik bid voor u tijdens de goddelijke liturgie. Nu ga ik een poosje het Jezus-gebed bidden, voor u en in vereniging met u, hopend dat ik dit gebed beter mag gaan begrijpen.
(fragment uit een brief aan archimandriet Sophrony)
De Russisch-orthodoxe archimandriet Sophrony werd na een turbulent leven te Parijs monnik op de Athosberg. Daar was hij gedurende 21 jaar de leerling en vertrouweling van Staretz Siloean (zie 11 september), over wiens leven en leer hij het indrukwekkende The Undistorted Image schreef. Later stichtte hij in Engeland de monastieke gemeenschap ‘The Old Rectory’ (Maldon/Essex). Het is een internationale gemeenschap waar men zich vooral toelegt op het Jezus-gebed.

15 juni
ALLE VERDEELDE WERELDEN IN ONSZELF OMVATTEN
Als ik in mijzelf het denken en de vroomheid van het oosterse en het westerse christendom, de Griekse en de Latijnse kerkvaders, de Russen en de Spaanse mystici kan verenigen, kan ik in mezelf de hereniging van de verdeelde christenen voorbereiden. Uit die verborgen en onuitgesproken eenheid in mezelf kan uiteindelijk een zichtbare en manifeste eenheid van alle christenen groeien. Als we bijeen willen brengen wat verdeeld is kunnen we dat niet doen door de ene verdeeldheid achter de andere te leggen of de ene verdeeldheid door de andere te laten opslorpen. Als we dat wel doen, is die eenheid niet christelijk. Dan is ze politiek en gedoemd conflicten te bevorderen. We moeten alle verdeelde werelden in onszelf omvatten en hen transcenderen in Christus.
16 juni
DE DROOM VAN KARL BAR TH
Kar! Barth had een droom over Mozart. Het katholicisme van Mozart en zijn afwijzing van het protestantisme hadden hem altijd gestoord. Mozart beweerde immers dat ‘het protestantisme een cerebrale aangelegenheid was, die de betekenis van het Agnus Dei qui tollis peccata mundi niet kende’.
In zijn droom moest Barth Mozart op het vlak van de theologie ondervragen. Hij wilde dat zo gunstig mogelijk voor Mozart doen, en in zijn vragen zinspeelde hij venijnig op de missen van Mozart. Maar Mozart sprak geen woord. Ik was diep ontroerd door Barths relaas van zijn droom en wilde hem daarover een brief schrijven. De droom betreft zijn eigen redding, en Barth aarzelt wellicht om toe te geven dat hij eerder zal worden gered door de Mozart in hem dan door zijn theologie.
Jarenlang speelde Barth elke dag Mozart, ’s ochtends, voordat hij aan het werk ging aan zijn Dogmatik: hij poogde onbewust de verborgen, wijsheid minnende Mozart in zichzelf te wekken, de centrale wijsheid die harmonieert met de goddelijke en kosmische muziek en wordt gered door de liefde, ja, zelfs door de eros. Terwijl het andere, theologische zelf, ogenschijnlijk meer bezorgd om de liefde, naar een strengere, meer cerebrale agape grijpt: een liefde die niet in ons hart, maar enkel in God is en slechts aan ons hoofd wordt geopenbaard.
17 juni
DE DROOM VAN KARL BAR TH (SLOT)
Barth zegt, wat ook betekenisvol is, dat ‘het een kind is, zelfs een “goddelijk kind”, dat in de muziek van Mozart tot ons spreekt’. Sommigen, zegt hij, beschouwden Mozart altijd als een kind in praktische zaken. ( … )En tegelijkertijd mocht Mozart het wonderkind, ‘nooit een kind zijn in de letterlijke betekenis van het woord’. Hij gaf zijn eerste concert toen hij zes jaar oud was. Hij bleef echter altijd een kind ‘in de hogere betekenis van dit woord’. Vrees niet, Kar! Barth! Vertrouw op de goddelijke genade. Al ben je dan opgegroeid om een theoloog te worden, Christus bleef een kind in jou. jouw boeken (en ook de mijne) zijn minder belangrijk dan wij geneigd zijn te denken! Er is in ons een Mozart die onze redding zal zijn.
De grote Duitse protestantse theoloog Karl Barth {r886-1968) hield zoveel van de muziek van Mozart, dat hij beweerde dat hij ‘als hij ooit in de hemel zou komen, eerst naar Mozart zou vragen, en pas daarna op zoek zou gaan naar Augustinus, Thomas van Aquino, Luther, Calvijn en Schleiermacher’. Hij stierf op dezelfde dag als Merton (10 december 1968). Misschien zijn de protestantse theoloog en de katholieke monnik toen wel samen op bezoek geweest bij het muzikale wonderkind …
18 juni
IN DE WERELD MAAR NIET VAN DE WERELD
‘De wereld’ heeft geen behoefte aan God, noch om zichzelf te verklaren, noch om met zichzelf in vrede te leven of zijn activiteit te regelen. De strijd van kerkmensen om hun plaats in de wereld te handhaven, door de wereld ervan te overtuigen dat hij hen nodig heeft, is, naar mijn gevoel, een verwarring en een gebrek aan waardigheid, die ‘de wereld’ terecht als belachelijk beschouwt. Wat houdt dat in? Dat ‘het verwerven van een plaats in deze wereld’ de grootste bekommernis van die kerkmensen is. Zij willen onmisbaar zijn en God is de rechtvaardiging van hun verlangen.
Mij persoonlijk komt het daarom voor dat de grondslag voor de christelijke zending in de wereld er juist in bestaat dat de christen ‘niet van deze wereld’ is. Hij is in de eerste plaats door zijn christelijke geloof bevrijd van de mythen, de afgoderij en de verwarring, eigen aan de wereld. Zijn eerste zending is dus die vrijheid te leven op welke wijze God hem die ook láát leven- of dit nu in de wereld is of erbuiten, dat maakt niet uit
19 juni
CHRISTELIJKE VRIJHEID
De Christus die de christen ‘predikt’ (hetzij door het woord hetzij door de stilte) is de Christus van de christelijke vrijheid, van de christelijke autonomie, van de christelijke onafhankelijkheid, van de arrogante aanspraken en eisen van de wereld als illusie. Vanzelfsprekend is de christen niet ‘vrij’ van de wereld als natuur, als schepping, ook is hij niet vrij van de menselijke samenleving. Maar hij is vrij- of zou dat moeten zijn- van het psychische determinisme, de obsessies en de mythen van een leugenachtige, hebzuchtige, wellustige en moorddadige ‘wereldse’ maatschappij – een maatschappij die juist geregeerd wordt door de liefde voor het geld en de onrechtvaardige, willekeurige uitoefening van macht. Heeft zo’n wereld ‘God nodig’? Blijkbaar niet! Het komt er dus niet zozeer op aan ‘de wereld’ in die zin te overtuigen dat hij een christelijke God nodig heeft omdat hij zichzelf ooit rechtvaardigde door een beroep te doen op het christendom. Van belang is om hen die werkelijk vrij willen zijn te tonen waar hun werkelijke vrijheid ligt!
20 juni
MIJN BEKERING
De ‘religiositeit’ predikt de behoefte aan en de afhankelijkheid van God om de behoefte aan en afhankelijkheid van zekere specifieke godsdienstige vormen te kunnen benadrukken, een bepaalde levensstijl die zich als het enig waarachtige christendom opwerpt en sterk op uiterlijkheden berust. Ik denk dat ik, zoals de meeste bekeerlingen, het probleem van de ‘religiositeit’ onder ogen heb gezien en er dan tot een vergelijk mee ben gekomen. God was voor mij geen werkhypothese die de door een wetenschappelijke visie op de wereld opengelaten hiaten moest opvullen. Hij was evenmin een God die ergens in de ruimte troonde. Ik heb ook nooit een bijzondere behoefte gehad aan oppervlakkige religieuze routines alleen maar om mezelf gelukkig te voelen. Ik zou zelfs durven zeggen dat ik, zoals de meeste moderne mensen, niet eens bewogen werd door het denkbeeld ‘in de hemel te zullen komen’ na door dit leven te zijn heen gemodderd. Integendeel, mijn bekering tot het katholicisme begon met het besef van Gods aanwezigheid in dit tegenwoordige leven, in de wereld en in mezelf. Mijn bekering begon met het besef dat mijn taak als christen erin bestaat te leven in het volle en levendige bewustzijn van die grond van mijn bestaan en van het bestaan van de wereld … Toen ik toetrad tot de Kerk, was dat om er God te zoeken, de levende God, en niet slechts de ‘vertroostingen van de religie’,
21 juni
CREATIEF INSTEMMEN MET GOD
God vraagt van ons een creatief instemmen in ons diepste en meest verborgen zelf, het zelf dat wij niet elke dag ervaren en misschien zelfs nooit ervaren, hoewel het er altijd is. Dit creatief instemmen is de gehoorzaamheid van mijn hele wezen aan Gods wil, hier en nu. Het innerlijke ‘woord’ van instemming is het samenvallen in de Geest, de volkomen gelijkheid van mijn gehoorzaamheid en de wil van Christus. Zo is de diepte van ons kindschap en van het leven van de genade.
22 juni
ZELFAANVAARDING
Door het aanvaarden van onze plaats in de wereld en onze plichten zoals ze zijn, raken wij stilaan bevrijd van de begrenzingen van de wereld en van ons beperkte, halfslachtige milieu. Toch zijn wij tevreden met ons moment in de geschiedenis en onze duistere taak daarin. Wij moeten ons losmaken van systemen en collectieve plannen, zonder wrok maar het inzicht en mededogen. Waarachtig katholiek zijn is niet slechts goed handelen volgens een abstracte en universele maatstaf van waarheid, maar ook en vooral zich kunnen inleven in de problemen en vreugden van allen, allen begrijpen en alles zijn voor allen. Dit is onmogelijk als wij niet eerst in alle eerlijkheid onszelf volledig aanvaarden, onze problemen en onze nederlagen, het de creatieve instemming en de verantwoordelijkheid die ons verenigen met Gods wil en zo ook met de dynamiek van de geschiedenis in haar diepste bron.
23 juni
LEVEN IN EEN ANDERE DIMENSIE
Alles wat ik in Kentucky zie en ervaar, is op de een of andere manier gekleurd en gevormd door de gedachten en gevoelens die ik had toen ik voor het eerst naar de abdij kwam. Dat kan ook niet anders. Het waren alle mogelijkheden die latent aanwezig waren in die eerste ervaring en in de beslissing die erop volgde. Zo is ook deze schitterende dag een schakel in de ketting die toen begon, maar in feite allang tevoren was begonnen. Langzaam echter, door die mogelijkheden en realisaties heen, stuur ik 1nijn leven in een andere ditnensie, waarin die
dingen steeds minder gaan meetellen en waarin een groeiende vrijheid ontstaat tegenover de opeenvolging van feiten en ervaringen. Het komt me voor dat ze steeds minder mijn ervaringen worden. Ze zijn steeds meer verweven in het grote patroon van de hele ervaring van de mens en reiken zelfs boven elke ervaring uit. Ik ben mij steeds minder bewust van mijzelf als deze enkeling die een 1nonnik en schrijver is, en die, als monnik en schrijver, dit ziet of dat schrijft. Het is mijn taak te zien en te spreken voor velen, zelfs als het lijkt of ik enkel voor mezelf spreek.
24 juni
HAVIK
Havik. Eerst een schaduw die naar beneden vliegt langs de wand van zonovergoten gebladerte. Dan de vogel zelf, scherp afgelijnde, compacte substantie in de hemel boven mijn hoofd goed waarneembaar, duidelijk onderscheiden van de bomen en de bossen, vliegt hij in vrijheid. Gestreepte staart, gespikkelde vleugels, met zonlicht erdoorheen. Boven de iep sneed hij een halve cirkel de leegte. Het leek of hij zijn handen in zijn zakken stak en zonder één vleugelslag, als een kogel, vaart maakte om zich in het bosje aan de overkant van het open veld te storten.
25 juni
CHRISTELIJK HUMANISME
Het christendom is fundamenteel humanistisch, in de zin dat zijn voornaamste taak erin bestaat het voor de mens mogelijk te maken zijn bestemming te bereiken, zichzelf te vinden, zichzelf te zijn: de persoon te zijn die hij bedoeld was te worden. De mens wordt verondersteld God te helpen bij het werk van het scheppen van zichzelf. (…)De verlossing is niet iets dat de mens passief moet ondergaan. Evenmin is het een opslorping van de mens in een soort non-entiteit voor Gods aan­ schijn. Veeleer is het de verheffing en de vergoddelijking van de menselijke vrijheid. En het christelijke leven vereist dat de mens zich volledig bewust is van zijn vrijheid en van de daaraan verbonden verantwoordelijkheden. (…) In een tijd als deze, waar, in uitgestrekte gebieden van de wereld, denksystemen en regeringen de complete depreciatie van de fundamentele waardigheid van de mens als beeld van God lijken na te streven, lijkt het me belangrijk te zijn dat allen die de waarde van de mens en de adel van de menselijke geest ter harte nemen, hun verbondenheid met elkaar zouden beseffen en met elkaar zouden kunnen communiceren ondanks wellicht ernstige doctrinaire verschillen.
fragment uit een brief aan Erich Fromm
Erich Fromm (1900-1980), psychoanalyticus, filosoof en antropoloog, werd in Frankfurt geboren. In 1934 verliet bij nazi­Duitsland en vestigde zich in New York. Hij deed vooral onderzoek naar bet aanpassingsvermogen van mensen in de samenleving. Hij was met name bezorgd om de groeiende vervreemding van individuen in de moderne samenleving. Zijn bezorgdheid om de waardigheid van de menselijke persoon was sterk en diep, zij bet niet religieus. Merton omschreef hem als een ‘atheïstisch mysticus’, een omschrijving waar Fromm zich helemaal in kon vinden.
26 juni
DE REDEN VAN MIJN BESTAAN
De grote vreugde van het eenzame leven wordt niet alleen in de rust gevonden, in de schoonheid en de vrede van de natuur of in het lied van de vogels, zelfs niet in de vrede van het eigen hart. Ze is te vinden in het innerlijkste hart dat wakker wordt voor en zich afstemt op de stem van God- de onverklaarbare, rustige, onomstotelijke innerlijke zekerheid van de roeping Hem te gehoorzamen, Hem te horen, Hem te verheerlijken, hier en nu, vandaag in de stilte en de eenzaamheid. In het besef dat dat de reden is waarom je bestaat.
27 juni
DE EENZAAMHEID VERDRAAGT GEEN MASKERS EN LEUGENS
Het komt me voor dat de eenzaamheid alle maskers en vermommingen afrukt. De eenzaamheid verdraagt geen leugens. Alles, behalve de eenvoudige en directe bevestiging of het stil­ zwijgen, wordt bespot en beoordeeld door de stilte van de bossen. ‘Laat uw ja, ja zijn.’ Het eenzame leven betekent In de waarheid staan; vandaar de behoefte aan gebed, aan theologisch voedsel, aan de bijbel, aan de monastieke traditie. De . noodzaak om volledig gedefinieerd te worden door een relatie en door gericht te zijn op God, mijn Vader. Dat betekent een leven van zoonschap waarin alles wat je van deze relatie afleidt dwaas en zinloos lijkt. Het voornaamste is het werk van de hoop, niet het werk van de dwaze, ontspannen acedia (lusteloosheid) vol zelfbeklag. Het is voor mij levensnoodzakelijk God te eren met mijn persoonlijke waarheid in de persoonlijke genade van de eenzaamheid.

28 juni
DE ZEGEN VAN DE STABILITEIT
De koele en heerlijke morgen, de heldere hemel, de steeds weer nieuwe frisheid van de bossen en de vallei! Je moet elke dag op dezelfde plek zijn, elke dag de dageraad zien vanachter hetzelfde venster of in dezelfde portiek, elke morgen naar dezelfde vogels luisteren om te beseffen hoc onuitputtelijk rijk en verscheiden deze ‘gelijkheid’ is. Je wordt je pas ten volle bewust van de zegen van de stabiliteit als je die in een hermitage mag ervaren.
29 juni
RITUELEN VAN HET DOODGEWONE LEVEN
Eenzaamheid wordt steeds minder een specialiteit voor mij, maar steeds meer gewoon het ‘leven’ zelf. Ik tracht geen ‘eenzame’ of wat dan ook te zijn, want iets ‘zijn’ is slechts een verstrooiing. Het volstaat te ‘zijn’ op een doodgewone menselijke manier met je honger en je slaap, je kou en je warmte, je opstaan en slapengaan, het bed dekken en weer afhalen. Gisteravond had ik twee dekens nodig. Het is nog koud voor juni.
Koffie zetten, koffie drinken, de koelkast ontdooien, lezen, mediteren, werken (ik zou vandaag moeten beginnen aan een artikel over het symbolisme) en bidden. Ik leef zoals mijn vaders voor mij op aarde leerden, tot ik uiteindelijk zal sterven. Amen.
30 juni
EEN ANTI-MONNIK
Ooit zou ik moeten proberen te zien wat het betekent echt zonder communicatie en geïsoleerd te zijn. Gewoon om te weten hoe dat is. Niet als iets permanents, want ik geloof niet dat dat zo belangrijk is. Anders gezegd: een hedendaagse kluizenaar leeft met zo geïsoleerd, met al die brieven, de vliegtuigen die hierlangs komen en dergelijke. Ik vermoed dat ik waarschijnlijk meer dan de meeste actievelingen communiceer met mensen van overal, uit de hele wereld.( … ) Ik ben er nu van overtuigd dat de eerste en enige manier om echt monnik te zijn erin bestaat een niet-monnik, een anti-monnik te zijn (voorzover dit ‘beeld’ opgaat); maar ik ben vastbesloten hier in de bossen te blijven (als ik tenminste een of ander soort gerucht mag blijven maken dat mijn onconventionele vrienden kan bereiken) …
(fragment uit een brief aan Rosemary Radfort Ruether)
Rosemary Radford Ruether (1936) schreef in februari 1967 aan Merton: ‘Ik wantrouw elke vorm van academische theologie. Alleen theo!ogie ontstaan in de smeltkroes van de ervaring is deugdelijk.•In haar leergangen en geschriften heeft ze vooral de waarde van de ervaring van vrouwen als bron en criterium voor theologische waarheid benadrukt.

Thomas Merton: de zachtmoedigen

 

wegen

Thomas Merton, Wegen naar het paradijs. Een dagboek van wijsheid en geloof, 2001 (Lannoo/Ten Have)

1 mei
IN LOUISVILLE, OP DE HOEK VAN FOURTH AND WALNUT
In Louisville, op de hoek van Fourth and Walnut, midden in de winkelbuurt, werd ik ineens overweldigd door het besef dat ik van al die mensen hield, dat zij bij mij hoorden en ik bij hen, dat wij geen vreemden voor elkaar konden zijn, ook al kenden wij elkaar niet eens. Het was alsof ik ontwaakte uit een droom van afgescheidenheid, van onechte zelfafzondering in een aparte wereld, de wereld van zelfverloochening en vermeende heiligheid. De hele illusie van een afgezonderd, heilig bestaan is een droom. Niet dat ik de realiteit van mijn roeping of van mijn monastieke leven in twijfel trek, maar de opvatting die wij in het klooster hebben over ‘afzondering van de wereld’ dient zich al te vaak aan als een volslagen illusie: de illusie dat wij, door geloften af te leggen, totaal andere wezens worden, pseudo-engelen, spirituele mensen’, mensen met een inwendig leven, noem maar op. Die traditionele waarden zijn ongetwijfeld zeer reële waarden, maar hun realiteit is niet van een andere orde, buiten het alledaagse bestaan in een onzekere wereld; evenmin geven zij iemand het recht de leken te verachten. Want hoewel ‘buiten de wereld’, zijn wij, zoals iedereen, in dezelfde wereld, de wereld van de atoombom, de wereld van de rassenhaat, de wereld van de technologie, de wereld van de massamedia, hoge omzetcijfers, revolutie en de rest.( … ) Dit gevoel bevrijd te zijn van een denkbeeldig verschil was voor mij zo’n opluchting en zo’n vreugde, dat ik bijna hardop moest lachen. En ik veronderstel dat ik mijn geluk het best zou kunnen verwoorden als: ‘Godzijdank, Godzijdank, dat ik ben als de andere mensen, dat ik slechts een mens onder de mensen ben.’ Te bedenken dat ik zestien of zeventien jaar lang die pure illusie, die impliciet besloten ligt in een groot deel van ons monastieke denken, ernstig heb genomen.
2 mei
IN LOUISVILLE, OP DE HOEK VAN FOURTH AND WALNUT
Het is een glorieuze bestemming een lid van het menselijk ras te zijn, hoewel het een ras is dat tot vele absurditeiten en verschrikkelijke vergissingen is gedoemd. En toch, dit alles inbegrepen, heeft God zelf zich verheerlijkt door een lid van het menselijk ras te worden. Een lid van het menselijk ras! Te bedenken dat het beseffen van zo’n gemeenplaats je ineens overvalt als het nieuws dat je de hoofdprijs hebt gewonnen in een kosmische loterij.
Ik ken de oneindige vreugde een mens te zijn, een lid van het menselijk ras waarin God zelf geïncarneerd werd. Alsof het leed en de dwaasheid van onze menselijke situatie mij konden verpletteren, nu ik besef wat wij allen zijn. En als iedereen dit maar kon beseffen! Maar het kan niet worden verklaard. Het is onmogelijk de mensen te laten inzien dat zij allen rondwandelen, lichtend als de zon.

3 mei
IN LOUISVILLE, OP DE HOEK VAN FOURTH AND WALNUT
(vervolg)
Dit verandert niets aan de zin en de waarde van mijn eenzaamheid, want de functie van de eenzaamheid is in feite dat men deze dingen gaat beseffen; wie ondergedompeld is in andere zorgen, andere illusies en alle automatismen van een strak collectief bestaan, kan onmogelijk met eenzelfde helderheid tot dit bewustzijn komen. Mijn eenzaamheid is echter niet van mij alleen, want ik zie nu hoezeer zij ook anderen toebehoort en dat ik ervoor verantwoordelijk ben, niet alleen voor mezelf, maar ook voor de anderen. Omdat ik me één voel met hen, ben ik ook aan hen verplicht alleen te zijn en wanneer ik alleen ben, dan zijn zij niet ‘zij’ maar 1nijn eigen zelf. Er zijn geen vreemden! Het was alsof ik ineens de geheime schoonheid van hun hart zag, de diepten van hun hart, waar noch begeerte noch zelfkennis kan doordringen, de kern van hun realiteit, de persoon die iedereen in Gods ogen is. Als zij zichzelf maar konden zien zoals zij werkelijk zijn. Als wij elkaar maar altijd zo konden zien! Er zou geen oorlog meer zijn, geen haat, geen wreedheid, geen hebzucht … Ik vermoed dat het grote probleem dan zou zijn dat we zouden neervallen en elkaar vereren. Maar dit kan niet worden gezien, het kan alleen worden geloofd en ‘begrepen’ door een bijzondere gave.
4 mei
IN LOUISVILLE, OI’ DE HOEK VAN FOURTH AND WALNUT
(slot)
Hier komt de uitdrukking het point vierge (ik kan dit niet vertalen) weer van pas. In de kern van ons wezen is een punt van niets-zijn, onaangeraakt door zonde en illusie, een punt van zuivere waarheid, een punt of vonkje dat geheel aan God toebehoort, dat nooit tot onze beschikking staat, van waaruit God over ons leven beschikt en dat ontoegankelijk is voor de grillen van onze geest of de brutaliteiten van onze wil. Dit kleine punt van niets-zijn en van volkomen armoede is de zuivere heerlijkheid van God in ons. Het is, om zo te zeggen, Zijn naam die in ons is geschreven, als onze armoede, onze behoeftigheid, onze afhankelijkheid, ons kindschap. Het is als een zuivere diamant die glinstert met het onzichtbare licht van de hemel. Het is in iedereen en als wij het konden zien, zouden wij die biljoenen lichtpunten zien die samenkomen in het gelaat en de schittering van de zon, die alle duisternis en alle wreedheid van het leven doen verdwijnen. Ik heb voor dit visioen geen programma. Het is een gave. Maar de hemelpoort is overal.
5 mei
DE WIJSHEID SPEELT IN DE WERELD VOOR GODS AANSCHIJN
Op een nacht droomde ik dat ik naast een zeer jong, joods meisje zat, dat ongeveer veertien of vijftien jaar oud was. Plotseling omhelsde ze me met een zeer diepe en zuivere genegenheid zodat ik tot in het diepste van mijn ziel geraakt werd. Ze vertelde me dat haar naam ‘Proverb’ (Spreuk) was; ik vond het een zeer mooie naam. Ook dacht ik: ‘Ze is van het geslacht van de heilige Anna.’ Ik sprak met haar over haar naam, maar ze leek er niet erg trots op te zijn, want andere meisjes hadden haar erom uitgelachen. Maar ik zei haar dat het een heel mooie naam was. En dat was het einde van mijn droom. Een paar dagen later was ik – wat voor ons zeer uitzonderlijk is – in Louisville, een stad hier in de buurt. Ik liep in de drukke straat en opeens zag ik dat iedereen ‘Proverb’ was en dat in ieder van hen haar buitengewone schoonheid en zuiverheid en schroom schitterde, ook al wisten ze misschien niet wie ze waren … Ze kenden hun ware identiteit niet, precies zoals het kind, kostbaar in Gods ogen, dat vanaf het begin, alle dagen, voor Zijn aanschijn speelde, speelde in de wereld … Zo ben je nu ingewijd in het schandalige geheim van een monnik die verliefd is op een, ook nog joods, meisje. Men mag niet al te veelmeer verwachten van moderne monniken. Het heldhaftige ascetisme uit het verleden is voorgoed voorbij.
(fragment uit een brief aan Boris Pasternak)
Boris Pasternak werd geboren in Moskou in 1890. Hij studeerde eerst muziek omdat hij componist wilde worden. Op zijn twintigste ging hij echter rechten studeren aan de universiteit van Moskou; daarna studeerde hij nog filosofie in Duitsland. Gedurende de Eerste Wereldoorlog keerde hij naar Moskou terug en publiceerde er zijn eerste dichtbundels. Ook vertaalde hij Shakespeare in het Russisch. Pasternaks bekendste roman, Dokter Zjivago, werd eerst voor publicatie aanvaard, maar nadien verworpen. De roman verscheen eerst in een Italiaanse vertaling in I957- Toen bekend werd dat Pastemak de Nobelprijs zou ontvangen, werd hij uit de Sovjetvereniging voor Schrijvers gezet .. Hij weigerde de Nobelprijs en leefde tot aan zijn dood, in mei 1960, in een schrijverskolonie. Merton had grote bewondering voor het schrijverschap van Pasternak; hij voelde een diepe verwantschap met hem. In een van zijn brieven schrijft Merton: ‘Het is alsof wij elkaar ontmoeten op een dieper niveau, waar individuen geen afzonderlijke wezens meer zijn … Het is alsof wij elkaar al kenden in God.’

6 mei
WIJSHEID UIT DE WOESTIJN

Twee grijsaards deelden een cel met elkaar en ze hadden, zolang ze bij elkaar woonden, nog nooit ruzie gemaakt. Dus zei de ene tegen de andere: ‘Komaan, laten we eens voor één keer ruzie maken zoals iedereen.’ De andere zei: ‘Ik weet helemaal niet hoe je zo’n ruzie moet beginnen.’ De eerste zei: ‘Ik zal een
steen nemen en die tussen ons in plaatsen. Dan zal ik zeggen: het is mijn steen. Waarop jij dan moet zeggen: het is de mijne. Daar komt dan een woordenwisseling en ten slotte ruzie van.’ Dus plaatsten ze een steen tussen hen in. De ene zei: ‘Het is de mijne.’ Waarop de andere tot de eerste zei: ‘Ik denk dat het de
mijne is.’ Waarop de eerste weer zei: ‘Het is de jouwe niet, het is mijn steen’. De andere antwoordde: ‘Wel dan, als het de jouwe is, neem hem dan!’ Zo slaagden ze er ten slotte toch niet in ruzie te maken.

7 mei

VOOR DE WERELD KIEZEN

Door haar ‘terugkeer naar de wereld’ geeft de hedendaagse Kerk ( … ) toe dat de wereld opnieuw een voorwerp van keuze kan zijn. Niet alleen kán men voor haar kiezen, in feite móét men voor haar kiezen. Hoe? Hoewel ik niet kon kiezen in welke periode ik wilde leven, kan ik toch een keuze maken wat betreft de houding die ik aanneem aangaande de manier waarop en de mate waarin ik wil deelnemen aan haar leven en de actuele gebeurtenissen die bepalen hoe zij leeft. Voor de wereld kiezen is dan niet slechts vroom toegeven dat de wereld aanvaardbaar is omdat hij van God komt. Het is vooral de aanvaarding van een taak en een roeping in de wereld, in de geschiedenis en in de tijd. In mijn tijd, in het heden. Voor de wereld kiezen is ervoor kiezen het werk te doen dat ik in staat ben te doen om samen met mijn broer deze wereld beter, vrijer, rechtvaardiger, leefbaarder en menselijker te maken.

8 mei
CHRISTUS EN MIJN BROER IN DE WERELD VINDEN
Kiezen wij voor Christus door voor de wereld te kiezen zoals hij werkelijk is in Hem, dat betekent: geschapen en verlost door Hem, geraakt in de diepste grond van onze persoonlijke vrijheid en liefde? Als de diepste grond van mijn bestaan liefde is, zal ik daar, en daar alleen, mezelf, de wereld, mijn broer en Christus vinden.
9 mei
DE WARE EENZAAMHEID IS GERICHT OP EENHEID
Alleen de valse eenzame ziet geen gevaar in de eenzaamheid. Maar zijn eenzaamheid is imaginair. De valse eenzame verbeeldt zich dat hij zonder gezelschap kan leven terwijl hij in werkelijkheid even afhankelijk van de samenleving blijft als voordien. Misschien is hij zelfs nog afhankelijker geworden. Hij heeft de samenleving nodig zoals de buikspreker een pop nodig heeft. Hij projecteert zijn eigen stem op een groep en vol bewondering, goedkeuring of vol verzet of in elk geval tegen zijn afzondering gekant, keert zijn stem naar hem terug. Zelfs als de samenleving hem schijnt te veroordelen is hij tevreden en geflatteerd, want het is niets anders dan het geluid van zijn eigen stem dat hem zijn afzondering, zijn zelfgekozen vorm van vermaak, in herinnering brengt. De ware eenzaamheid is niet slechts afzondering. De ware eenzaamheid is alleen op de eenheid gericht.
10 mei
EENZAAMHEID EN SOLIDARITEIT
De ware eenzame verzaakt geenszins aan alles wat fundamenteel en menselijk is in zijn relatie met de anderen. Hij is ten diepste met hen verenigd – dieper nog omdat hij zich niet meer laat meeslepen door marginale bekommernissen. Hij heeft echter wel verzaakt aan de oppervlakkige beeldspraak en de banale symboliek die de menselijke betrekkingen zogezegd oorspronkelijker en vruchtbaarder maken. Hij heeft zijn initiatiefloze overgave aan de algemene verstrooiing opgegeven. Hij verzaakt aan alle ijdele voorstellingen van de eenzaamheid, die neigen voor ware eenzaamheid door te gaan, terwijl ze in feite een geest van onverantwoordelijkheid en zelfzucht verhullen.
11 mei
ALLEEN HET DIEPSTE EN EENZAME ‘IK’ BEMINT WERKELIJK
Het oppervlakkige ‘ik’ van het individualisme kan men koesteren als een bezit, men kan het ontwikkelen en cultiveren men kan eraan toegeven en erop inspelen. Het is de kern van al ons streven naar zowel materiële als spirituele groei en voldoening. Maar het diepe ‘ik’ van de geest, van de eenzaamheid, van de liefde kan men niet bezitten, ontwikkelen of vervolmaken. Dit innerlijke ‘ik’, dat altijd alleen is, is universeel: want in dit meest innerlijke ‘ik’ van mijn eenzaamheid vindt de ontmoeting plaats tussen de eenzaamheid van ieder mens en de eenzaamheid van God. Vandaar dat het voorbij verdeeldheid voor­ bij beperking, voorbij zelfzuchtige zelfbevestiging is. All en dit diepste en eenzame ‘ik’ bemint werkelijk met de liefde en in de geest van Christus. Dit ‘ik’ is Christus zelf: Christus, levend in ons, en wij in Hem, levend in de Vader.
12 mei
HET APOSTOLAAT VAN DE VRIENDSCHAP
Het komt me voor dat ik, als contemplatief, mezelf niet moet opsluiten in de eenzaamheid en dat ik niet elk contact met de rest van de wereld moet mijden: die arme wereld heeft eerder recht op een plaats in mijn eenzaamheid. Het volstaat niet alleen maar over de apostolische waarde van gebed en boete na te denken. Ik moet ook denken in termen van een contemplatief begrip van de politieke, intellectuele, artistieke en sociale bewegingen van deze wereld- ik bedoel hiermee: sympathie koesteren voor de eerlijke ambities van zoveel intellectuelen in de gehele wereld en de vreselijke problemen waarmee zij. worden geconfronteerd. Ik heb al vaker mogen ervaren en zien hoe het begrip en de vriendschappelijke sympathie van een monnik die hen werkelijk begrijpt, zichtbaar effect ressorteerde onder kunstenaars, schrijvers, uitgevers, dichters en anderen die mijn vrienden werden, zonder dat ik daarvoor het klooster moest verlaten. ( … ) Kortom met de goedkeuring van mijn oversten heb ik een apostolaat beoefend- hoe klein en beperkt ook- binnen een kring van intellectuelen van andere delen van de wereld; en het is heel eenvoudig een Apostolaat van de vriendschap geweest.
(fragment uit een brief aan Paus Johannes XXIII)
13 mei (Julian van Norwich)
HET WIJZE HART LEEFT IN CHRISTUS
Ik bid veel om een wijs hart te krijgen en misschien zal de herontdekking van Vrouwe Julian van Norwich mij daarbij helpen … Een van haar meest indrukwekkende en fundamentele overtuigingen is haar gerichtheid op wat men een eschatologisch
geheim zou kunnen noemen, de verborgen dynamiek die reeds aan het werk is en waardoor ‘alles goed zal worden’. Dit ‘geheim’, deze daad die de Heer verborgen houdt, is in feite de volle vrucht van de Parousie. Het is niet alleen dat ‘Hij komt’ maar dat Hij komt om een geheim te openbaren, dat Hij kom; met het uiteindelijke antwoord op al de angsten van de wereld. Hij komt met het antwoord dat reeds beslist is, maar dat wij met kunnen ontdekken, en dat wij ook niet echt meer zoeken (omdat wij denken dat wij het al, door redeneren, hebben begrepen). Zij heeft haar leven werkelijk geleefd in het geloof in dit ‘geheim’, in die ‘grote daad’ die de Heer zal stellen op de Laatste Dag, niet een daad van vernieling en wraak, Maar van barmhartigheid en leven, waarbij alle gedeeltelijke verwachtingen achterhaald zullen zijn en alles goed zal worden gemaakt … Een ‘wijs hart’ bezitten, lijkt mij, is zijn leven concentreren op die dynamiek en die stille hoop- dit verhoopte geheim. Het is de sleutel van ons leven, maar zo lang wij leven moeten wij inzien dat wij die sleutel niet hebben. Christus heeft die, in ons en voor ons … Het wijze hart leeft in Christus.
Julian van Norwich (1423) leefde als ‘recluse’ in het Britse Norwich. Haar Shewings of Divine Love behoren tot het mooiste van de Engelse mystieke literatuur. Merton zegt nog over haar: ‘Zij is een echte theologe, met grotere helderheid, diepte en orde dan de heilige Ter es a: zij werkt inderdaad de inhoud van haar openbaringen theologisch uit. Eerst kwam haar ervaring, toen haar denken, en nadenkend verdiepte zij haar ervaring, zodat die in haar leven terugwerkte, steeds dieper tot haar hele bestaan ( .. .) doordrenkt was van het licht dat zij eenmaal en plotseling had ontvangen, in die openbaringen, die haar tot op de rand van de dood brachten.’

14mei
DE WERELD IS HET EERST EN HET MEEST IN MIJN DIEPSTE ZELF
De weg naar de echte ‘wereld’ wordt niet enkel gevonden door het inschatten en observeren van wat buiten ons is, maar door het ontdekken van onze eigen innerlijke grond. Want daar, in mijn diepste zelf, is de wereld het eerst en het meest. Die ‘grond’ , die ‘wereld’, waar ik, op mysterieuze wijze, aanwezig ben voor mezelf en voor de vrijheid van alle andere mensen, is geen zichtbare, objectieve en welbepaalde structuur met vastgelegde wetten en eisen. Het is een levend en zelfscheppend mysterie waarvan ikzelf deel uitmaak en waarnaar ik zelf de enige, unieke deur ben.
15 mei
AAN DE BASIS VAN ALLE OORLOGEN LIGT ANGST
Aan de basis van alle oorlogen ligt angst; niet zozeer de angst die mensen voor elkaar hebben, maar wel de angst die ze voor alles hebben. Het is niet alleen dat zij elkaar niet vertrouwen; ze vertrouwen ook zichzelf niet. Als ze al niet zeker weten of iemand hen plotseling zou kunnen doden, zijn ze er nog minder zeker van dat ze zichzelf niet zullen doden. Ze hebben nergens vertrouwen in, omdat ze niet meer in God geloven. Niet alleen de haat van anderen, maar vooral de zelfhaat is gevaarlijk, in het bijzonder het soort zelfhaat dat zo diep en krachtig is, dat men die niet bewust onder ogen durft te zien. Want juist deze haat toont ons in de anderen het eigen kwaad dat we niet in onszelf kunnen zien. ‘

16 mei
VAN GOEDE BEDOELINGEN EN SLECHTE RESULTATEN
Wanneer in de hele wereld morele verwarring overheerst en niemand nog weet wat hij moet denken, en wanneer juist iedereen de verantwoordelijkheid van het denken ontvlucht, wanneer de mens het rationele denken over morele problemen absurd maakt door zichzelf uit de realiteit te verbannen naar het rijk van de fictie ( … )leiden de inspanningen tot de totale vernietiging. Iedereen wordt zich steeds meer bewust van de dieper wordende kloof tussen goede bedoelingen en slechte resultaten, tussen vredesinspanningen en groeiende oorlogsdreiging … Het zijn ‘de mensen van goede wil’, de mensen die zich inspanden om aan de vrede te werken die ten slotte ongenadig zullen worden beschimpt, neergeslagen en vernietigd. Zij zullen de uiteindelijke slachtoffers zijn van de universele zelfhaat van de mens. Die zelfhaat hebben zij alleen maar doen toenemen door de mislukking van hun goede bedoelingen.
17 mei
VREDE IS MEER DAN DE AFWEZIGHEID VAN GEWELD
Als de mensen werkelijk vrede wilden, zouden zij die aan God vragen en Hij zou hun vrede geven. Maar waarom zou Hij de wereld een vrede geven die hij niet werkelijk verlangt? Want de vrede die de wereld eigenlijk verlangt, is in werkelijkheid helemaal geen vrede. Voor velen betekent vrede enkel de vrijheid om andere mensen uit te buiten, zonder gevaar voor vergelding of inmenging. Voor weer anderen betekent het de mogelijkheid om de aardse goederen op te maken zonder zich verplicht te voelen hun geneugten te moeten onderbreken om te delen met anderen, die verhongeren ten gevolge van hun schraapzucht. En voor nagenoeg iedereen betekent vrede de afwezigheid van elk lichamelijk geweld, dat hun leven, gewijd aan de bevrediging van hun dierlijke behoefte aan gemak en genot, zou kunnen overschaduwen. Veel van zulke mensen hebben God gebeden om wat zij ‘vrede’ noemden en zich erover verwonderd dat hun gebed niet werd verhoord. Zij zagen niet in dat het in feite wel werd verhoord. God liet hen houden wat ze verlangden, want hun opvatting van vrede was slechts een andere vorm van oorlog
18 mei
VREDE BEGINT BIJ JEZELF
In plaats van te beminnen wat je voor vrede aanziet, moet je de anderen en vooral God beminnen. En in plaats van de mensen te haten die je voor oorlogszuchtig houdt, moet je de begeerte en de wanorde in je eigen ziel haten, zij zijn het immers die oorlog veroorzaken. Als je de vrede bemint, moet je de tirannie en de hebzucht haten- maar haat ze in jezelf, niet in de anderen.
19 mei
WAARACHTIG PACIFISME
Het is waar dat ik in theorie wellicht geen pacifist ben. Dat betekent slechts dat ik niet meen dat een christen niet mag vechten, dat oorlog nooit rechtvaardig kan zijn. Ik geloof dat er zoiets als een rechtvaardige oorlog bestaat, zelfs vandaag kan zoiets bestaan; ik denk dat dit ook het geloof van de Kerk is. Maar anderzijds denk ik dat dit louter theorie is, en dat in de praktijk alle oorlogen, of ze nu met conventionele wapens of met guerrillatechnieken of slechts als ‘koude oorlog’ worden gestreden, door en door doordrongen zijn van slechtheid, valsheid, onrecht en zonde. Dit is dermate het geval, dat het ontzettend moeilijk is de waarheid te ontdekken in alle ‘beweegredenen’ voor al die aan de gang zijnde gevechten. Dus in de praktijk sta ik aan jouw kant, behalve wanneer een politiek van totaal onverzettelijk pacifisme er feitelijk toe zou neigen zichzelf te verslaan en zou zwichten voor een of andere vorm van onrechtvaardigheid. Ik ben ervan overtuigd dat jouw standpunt van enorm belang is en een grote symbolische waarde heeft, die onvervangbaar en noodzakelijk is. Ik denk ook dat het schandalig is dat niet meer christenen solidair zijn met jou. Ik ben dat in ieder geval wel.
(fragment uit een brief aan Dorothy Day)
Dorothy Day (1897-1980) is wellicht een van de meest markante en invloedrijke personen in de geschiedenis van het Amerikaanse katholicisme. Toen ze in 1927 katholiek werd, verloochende ze geenszins de politieke en sociale overtuiging die zij deelde met socialisten, anarchisten en communisten. Gedurende een halve eeuw speelde zij een profetische rol in de Amerikaanse kerk Ze combineerde radicale standpunten inzake sociale zaken met een conservatieve theologie. Velen, onder wie Merton, werden geïnspireerd door haar diepe lotsverbondenheid met armen en marginalen en haar onvoorwaardelijke engagement bij het geweldloze verzet en de vredesbeweging. Zij was een voortreffelijk journaliste en essayiste en stichtte de Catolic Worker, een invloedrijk links-katholiek blad, waarvoor Merton regelmatig bijdragen schreef. Mertons brieven aan Dorothy Day getuigen van het diepe respect dat hij voor haar koesterde.

20 mei
INZET VOOR CONCRETE MENSEN
Laat je niet leiden door de hoop op resultaten. Als je het soort werk verricht dat je op je genomen hebt en dat in wezen een apostolisch werk is, zul je misschien het feit onder ogen moeten zien dat je werk ogenschijnlijk waardeloos is en dat je er zelfs helemaal geen resultaten mee boekt, hooguit misschien resultaten die tegen je verwachtingen ingaan. Als je aan deze gedachte leert wennen, dan zul je je steeds meer gaan concentreren op de waarde, de juistheid, de waarheid van het werk zelf en minder op de resultaten ervan. Maar ook dan moet je heel wat doormaken als je gaandeweg steeds minder strijdt voor een ideaal en steeds meer voor concrete mensen. De draagwijdte neigt te verminderen, maar het wordt een flink stuk waarachtiger. En uiteindelijk is het, zoals je zelf terloops opmerkt, de realiteit van persoonlijke relaties die alles redt.
(fragment uit een brief aan James Forest)
James Porest was geëngageerd bij verschillende vredesbewegingen. In 1961 maakte hij, via Dorothy Day, kennis met Merton.

21 mei
DE HEL IS HAAT
De hel is waar niemand iets met wie dan ook gemeen heeft, behalve het feit dat allen elkaar haten en niet van elkaar en van zichzelf kunnen wegvluchten. Ze worden allen samen in hun vuur geworpen en elk van hen tracht de ander, met een immense maar machteloze haat, van zich af te schudden. De reden waarom zij van elkaar bevrijd willen worden, is niet zozeer dat zij haten wat zij in de ander zien, maar dat zij weten dat de anderen haten wat ze in hen zien. Allen herkennen in elkaar wat zij in zichzelf verachten: zelfzucht, machteloosheid, ondraaglijke pijn, ontzetting en wanhoop.
Men kent de boom aan zijn vruchten. Als je de sociale en politieke geschiedenis van de moderne mens wilt begrijpen, moet je de hel bestuderen.
22 mei
EEN VER TEREND VUUR
En toch is de wereld, met al zijn oorlogen, nog niet de hel. En de geschiedenis, hoe verschrikkelijk ook, heeft een andere en diepere betekenis. Want de betekenis van de geschiedenis ligt niet in het kwaad, en evenmin kan het kwaad van onze tijd ons deze tijd doen begrijpen. In de vuurhaard van oorlog en haat wordt de stad van hen die elkaar beminnen aaneengesmeed in de heldhaftigheid van de lijdende liefde. De stad van hen die alles haten wordt echter verdeeld en verstrooid en haar bewoners worden naar alle kanten verdreven als vonken, rook en vlammen. Onze God is een verterend vuur. En als wij door de liefde worden getransformeerd in Hem en branden zoals Hij brandt, zal Zijn vuur onze eeuwige vreugde zijn.
25 mei
GANDHI’S GEWELDLOZE VERZET
Als geen andere wereldleider van onze tijd heeft Gandhi de noodzaak ingezien om vrij te zijn van de druk, van de buitensporig hoge en tirannieke eisen van een maatschappij die gewelddadig is, omdat ze in wezen hebzuchtig, sensueel en wreed is. Daarom vastte hij, bewaarde hij dagenlang het stilzwijgen, trok hij zich vaak terug en kende hij de waarheid van de eenzaamheid even goed als de edelmoedige bereidheid tijd en energie vrij te maken mn naar anderen te luisteren en met hen te dialogeren. Hij zag dat het onmogelijk was om vredelievend en geweldloos te zijn als men zich passief onderwerpt aan de onverzadigbare eisen van een maatschappij die dol geworden is door de overprikkeling en bezeten van de demonen van lawaai, seks en snelheid.
24mei
INNERLIJKE EENHEID
De geest van geweldloosheid ontstaat uit een innerlijke verwerkelijking van de geestelijke eenheid in de mens zelf. Heel Gandhi’s concept van geweldloosheid en satyagraha (vasthouden aan de waarheid) wordt onbegrijpelijk als het gezien wordt als een middel om eenheid te bewerkstelligen, en niet als een vrucht van een reeds bereikte, innerlijke eenheid. Het eerste en belangrijkste van alles is de innerlijke eenheid het overwinnen en genezen van de innerlijke verdeeldheid: de daaruit volgende geestelijke en persoonlijke vrijheid, waarvan nationale autonomie en vrijheid slechts een gevolg zijn.
25 mei
DE ONRECHTVAARDIGHEID ONTMASKEREN
Het is onmogelijk voor de echt geweldloze mens om de intrinsieke valsheid en de innerlijke tegenspraken van een gewelddadige maatschappij eenvoudigweg te negeren. Integendeel, het is voor hem een religieuze en menselijke plicht de leugen in die maatschappij met zijn eigen getuigenis te confronteren, zodat haar valsheid voor iedereen duidelijk wordt. De eerste taak van een satyagrahi (iemand die vasthoudt aan de waarheid) bestaat erin de werkelijke situatie aan het licht te brengen, haar onrechtvaardigheid te ontmaskeren en haar ware gedaante te laten zien, zelfs als hij daarvoor moet lijden en sterven
26 mei
WARE VRIJHEID EN INNERLIJKE KRACHT
Een door geweld tot stand gekomen verandering kan helemaal geen ernstige verandering zijn. De onderdrukker straffen en vernietigen leidt alleen maar tot een nieuwe spiraal van geweld en onderdrukking. De enige werkelijke bevrijding houdt in dat zowel de onderdrukker als de onderdrukte bevrijd worden uit het tirannieke automatisme van een gewelddadig proces, dat in zich de vloek van de onomkeerbaarheid draagt … Daarom ook is de ware vrijheid onafscheidelijk verbonden met de innerlijke kracht, die de gemeenschappelijke last kan aanvaarden van het kwaad dat zowel op jezelf als op je tegenstander weegt … De hoogste vorm van geestelijke vrijheid moet, zoals Gandhi geloofde, gezocht worden in de kracht van het hart die de onderdrukker en de onderdrukte samen kan bevrijden.
27 mei
IK GA HEEN OM EEN PLAATS VOOR U TE BEREIDEN
Vorige nacht waren er donderstormen, maar vandaag is alles mom. De bladeren van de bitternootboom bij het kerkhof zijn klem en de bloemen vullen de takken met franjes van groen kantwerk. Ik hoor de machine van de molen draaien· dat is het enige wat ik hoor, en ook het fluiten van de vogels. ‘ Morgen is het Hemelvaart, mijn lievelingsfeest. Op elk moment van het jaar kan het gebeuren dat de antifonen van hemelvaartsdag me door het hoofd waaien en me vervullen met licht en vrede. Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden (Joh. 14:2). Het is het feest van de stilte en de innerlijke eenzaamheid, wanneer wij opgaan om met Jezus in de hemel te leven; want Hij nam ons mee daarheen, nadat hij een korte tijd bij ons op aarde verbleef.
28 mei
DE RUSTIGE GOD DIE ALLES TOT RUST BRENGT
Dit is de genade van hemelvaartsdag: opgenomen worden in de hemel, de apex mentis, het directe raakpunt met God. Het is rusten op deze stille hoogte, in de duisternis die God omringt. Daar, door alle beproevingen heen, leven met de Tranquillus Deus tranquillans omnia *. God, blijf bij mij, vandaag en alle dagen.
*De rustige God, die alles tot rust brengt (Sint-Bernardus)
29 mei
ONTWAKEN UIT DE VERWARRING
Als wij (…) opstaan uit onze wanhopige slaap en wij ons hart zonder voorbehoud openen voor God die tot ons spreekt, hier in de wildernis waarin wij nu zijn, kunnen wij beginnen aan het werk dat Hij ons vraagt te doen: de orde herstellen in onze samenleving, vrede stichten in de wereld, zodat de mens uiteindelijk begint te genezen van zijn dodelijke ziekte, zodat, op een dag, een gezonde samenleving mag opstaan uit de verwarring van vandaag.
30 mei
ZALIG DE ZACHTMOEDIGEN- 1
Geweldloosheid is misschien wel de meest veeleisende vorm van strijd, niet alleen omdat het allereerst vereist dat men bereid is het kwaad te ondergaan en zelfs de dreiging van de dood onder ogen te zien zonder de mogelijkheid van gewelddadige vergelding, maar vooral omdat het het louter voorbijgaande eigenbelang als beweegreden uitsluit. ( … )
De geweldloos weerbare vecht niet enkel voor ‘zijn’ waarheid of voor ‘zijn’ zuivere geweten of voor het gelijk dat aan ‘zijn kant’ staat. Integendeel, zowel zijn sterkte als zijn zwakte ontstaan uit het feit dat hij vecht voor de waarheid, die eigen is aan hem én aan zijn tegenstander, hét gelijk dat objectief en universeel is.
31 mei
ZALIG DE ZACHTMOEDIGEN- 2
Voor de christen is de basis van de geweldloosheid de evangelische boodschap van redding voor alle mensen en het rijk Gods waartoe allen worden geroepen. ( … )
De belangrijkste plaats waar die nieuwe levensstijl gedetailleerd uiteen wordt gezet, is de Bergrede. Vanaf het begin van deze grote openingsrede somt de Heer de zaligsprekingen op die het theologische fundament van de christelijke geweldloosheid vormen: ‘Zalig de armen van geest, zalig de zachtmoedigen’
(Matth. 5 :3-4)